Ditmaal was het echter dubbelop genieten: een heerlijk dagje buiten klimmen met Cash en mijn eerste 7B erbij cadeau. Ik mag weer door, nieuwe gebieden ontdekken, nieuwe boulders proberen. Het tweede rotswandje dat de video toont, ligt vlakbij het eerste aan hetzelfde meer. Helaas bleek het vrij nat te zijn en door de schaduwligging slecht te drogen. Een zomerbestemming dus. De volgende keer zoek ik weer iets met een zuidelijke oriëntatie op!
Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen
donderdag 21 februari 2013
Een stapje vooruit
Na tot drie maal toe uit de laatste pas van de 7B(+?) variant van 'Das Glasperlenspiel' te zijn gevallen, kon ik geen rust meer vinden zonder terug te gaan en het werk af te maken. Zou ik eindelijk door het 7A+ plafond kunnen breken? Afgelopen maandag lieten de weersomstandigheden het toe om samen met Cash nog een keer terug te gaan naar hetzelfde gebiedje in het Ruhrtal om 'mijn' boulder te klimmen. Ik heb er verder een - voor mijn gevoel logische - alternatieve uitklim aan toegevoegd en het ding van een naam en waardering voorzien: 'Herz aus Glas' 7A+. Beide beklimmingen zijn in onderstaande video te zien, waarin ik een poging doe om te reflecteren op de ambigue rol van waarderingen. Zo groot als het plezier van een moeilijke beklimming kan zijn, is ook het risico om door een focus op waarderingen te vergeten om ongecompliceerd te genieten van een dagje klimmen...
vrijdag 28 december 2012
De essentie van klimmen
2012 is voorbij. Het klimdoel dat ik mijzelf stelde (7B boulder) heb ik niet gehaald en het doel dat ik daarvoor schrapte haalde ik wel (7c route). Het feit dat ik sinds mei niet meer buiten heb geboulderd, heeft natuurlijk niet geholpen bij het realiseren van mijn doel. Ik hoopte er in de afgelopen maanden nog flink aan te kunnen werken, maar het kwam er niet van, deels door tijdsgebrek vanwege een dubbele baan, deels door de subtiele, winterloze overgang van een natte herfst naar een nat voorjaar. In plaats daarvan probeer ik zo goed en kwaad als het gaat te trainen in Cube, hopend dat ik deze inspanning kan vertalen naar prestaties op de rots zodra ik er weer de kans voor krijg.
| "Als het maar moeilijk was. Als het maar veel gekost heeft. Als het maar pijn deed. Als het maar onmogelijk gevoeld heeft en door volharding toch is gelukt." Foto: Michelle Kruize |
Ik mag echter niet ontevreden zijn over het afgelopen jaar. In de paar maanden waarin ik geboulderd heb, ben ik de 7e graad in gestoten en heb ik in korte tijd elf 7e graads boulders geklommen. Duidelijker is de progressie nog als ik kijk naar de routes die ik geklommen heb. In het najaar van 2010 klom ik mijn eerste 7a, de enige van dat jaar. 2011 leverde de volgende vier 7a's en drie 7a+'en op. Dat was een kleine teleurstelling, want 7b was het gestelde doel. Ik voelde mijzelf gestrand op een plateau en ben de winter gaan boulderen in het nieuw geopende Cube. Toen ik in mei - na ruim een half jaar geen touw aangeraakt te hebben - door Frans en Koen meegesleept werd naar Berdorf, klom ik daar mijn eerste 7b ('Gincobiloba'). De dag erna klom ik de tweede ('Infernale') en de dag daarna mijn eerste 7c ('Apocalypse'). Het was de aftrap van een sportklimseizoen waarin ik elf maal 7a klom (waarvan twee onsight en twee flash), drie maal 7a+, zes maal 7b, twee maal 7b+ en een 7c. Een totaal van 23 7e graads routes, tegenover acht in de twee voorgaande jaren. Ik werd zo hongerig naar getallen dat het me teleurstelde er geen 7c+ aan toe te kunnen voegen...
Tijd om eens terug te blikken en te relativeren dus! Waarom hecht ik waarde aan een storm van getallen? Wat vertellen ze eigenlijk? De 7c die ik klom voelde makkelijker dan de (voor mij) moeilijkste 7b en de laatste 7a kostte me meer moeite dan de makkelijkste 7b... De discussie over waarderingen en vooral het belang ervan zal de klimgemeenschap waarschijnlijk eeuwig blijven plagen. De tegenstrijdigheid ervan die door veel klimmers ervaren wordt, is intrinsiek en heeft voor velen geen antwoord. Ik zou klimmen en vooral mijzelf tekort doen door de bezigheid te degraderen tot het verzamelen van getallen. En toch voelen ze belangrijk! Het is de meest voor de hand liggende schaal waarop ik mijn niveau kan meten. Maar wat maakt dat relevant? Zijn niveau en plezier gerelateerd? Wordt klimmen leuker naarmate het moeilijker wordt?
Ik heb dit jaar geprobeerd een stevige basis geprobeerd te leggen in de 7e graad door niet op de max, maar vooral veel net eronder te klimmen. Het doen van een redelijk aantal sterk verschillende routes rond de 7b heeft veel duidelijk gemaakt. Het bullebakken door de steile overhangen van 'Daiwel' en 'Gincobiloba' was een feest, maar het kon niet op tegen de voldoening van het uitvoeren van de verfijnde, technische crux van het verticale 'Judd mat Gaardebounen'. Als er een moment is geweest waarop ik mij een betere klimmer voelde, was het tijdens het maken van deze balanspassen op piepkleine grepen en treden, tijdens het gebruiken van de mono die zo klein was dat mijn middelvinger er niet in paste en ik tot mijn grote verbazing de beweging toch kon maken met een halve top van mijn ringvinger. Het was een openbaring dat ik mijn zware, inflexibele lijf door een route als deze kon bewegen!
Een vergelijkbare ervaring was het klimmen van 'Die Hexe'. Het is een combinatie van twee routes die ik ervoor al geklommen heb: 'Banane' en 'Alien'. Ondanks het feit dat 'Die Hexe' een lagere waardering krijgt dan 'Alien', had ik weinig vertrouwen in het project. Waar 'Alien' me met een korte bouldercrux goed lag, zag ik als een berg op tegen 'Die Hexe' dat van begin tot eind op powerendurance aankomt. De gedeelde, overhangende uitklim was na de korte crux van 'Alien' vrij eenvoudig, maar na de verzurende eerste helft van 'Die Hexe' een groot gevecht. Een extra dimensie was de grote afstand tussen de tweede en derde haak, waar zich ook de crux van de route bevindt. De laatste moeilijke pas - een flinke kruispas - zit vlak onder de derde haak en een val vanaf daar is potentieel tot de grond. Het bleek een psychologische drempel op te werpen om voorbij de tweede haak te klimmen: doorgaan vereiste een grote commitment, twijfel betekende het einde van een poging. Pas nadat ik bij gebrek aan commitment uit de kruispas ben gevallen en minder dan een meter boven de grond werd gestopt door mijn Britse zekeraar (beter zijn ze er niet...), durfde ik voluit te gaan en haalde ik volledig op mijn tandvlees de top. Van de diepe, brandende pijn in mijn onderarmen voelde ik niets meer toen Matt mij in een gelukzalig roes weer naar beneden liet zakken.
Het waren niet de routes die passen bij mijn sterke punten die me de meeste voldoening gaven. De euforie was groot toen ik de lange dakboulder klom waar ooit een paar haken in zijn geboord en een 7c route waardering aan is gehangen, maar niet zo groot als bij het klimmen van de twee lager gewaardeerde routes die voor mijn gevoel een belichaming van mijn antistijl waren. Mijzelf verrassen met iets dat ik voor onmogelijk hield, bleek veel meer waard dan het bevestigen van de kracht in mijn schouders en mijn vermogen om door een dak te bullebakken. Mijn passie voor klimmen is gevestigd op de overwinningen op mijzelf wanneer ik iets doe waarvan ik dacht dat het buiten mijn kunnen lag. Als ik kijk naar waarderingen, is een niveaumeting niet het doel opzich, maar een instrument om op de grens van mijn kunnen te blijven en nieuwe overwinningen af te dwingen, om mij weer even meester van mijn eigen universum te voelen. Of dat in een 7a of een 7c gebeurt, maakt uiteindelijk niet uit. Als het maar moeilijk was. Als het maar veel gekost heeft. Als het maar pijn deed. Als het maar onmogelijk gevoeld heeft en door volharding toch is gelukt.
2012 is voorbij. Het heeft een aantal geweldige momenten gebracht en mijn honger naar meer alleen maar versterkt. Op naar 2013, op naar meer overwinningen, op naar het herontdekken van de grens. Ik heb misschien uitzicht op minder tijd dan ik zou willen hebben, maar de rotsen blijven wel liggen en de kansen om ze op zoeken zullen zich vanzelf weer voordoen. Ik ben er weer klaar voor!
woensdag 22 augustus 2012
Terugblikken, relativeren en weer doorgaan!
Wat is er veel gebeurd in de afgelopen drie maanden! Eind mei klom ik met 'Gincobiloba' in Berdorf onverwacht mijn eerste 7b route. Al snel had ik de smaak van het routeklimmen weer te pakken en inmiddels heb ik 6 keer 7b, 2 keer 7b+ en 1 keer 7c geklommen. Sinds mijn vorige bericht heb ik een dag doorgebracht in de Ith en twee weekenden in Berdorf en weer een aantal mooie beklimmingen gedaan. Belangrijker nog misschien: ik heb in mijn beoogde 7c+ project gehangen en heb er vertrouwen in gekregen dat ik hem kan klimmen!
In de Ith (om precies te zijn: de Holzener Klippen) belandde ik op uitnodiging van Matt, die daar graag de 'Drachenwand' wou bekijken. Het zou één van de mooiere (en hogere) wanden van de Ith moeten zijn. Om weer eens wat anders te beklimmen dan zandsteen, heb ik me over mijn vooroordelen heen gezet en het kalksteen van de Ith een eerlijke kans gegeven. De Drachenwand bleek in ieder geval hoog te zijn en stond door zijn zuidelijke ligging vol te bakken in de zon. Eigenwijs zijn we toch gaan klimmen, opwarmend in een historische klassieker: 'Drachentöter' (6b). En zoals het een klassieker betaamt, was Drachentöter moeilijker dan verwacht en moest ik ervoor werken om hem onopgewarmd onsight te klimmen. Ik stortte me vervolgens op 'Tänzerin im sturm' (7b), Matt op 'Via Ferrata' (7a) er direkt naast. De eerste tien meter was technisch, verticaal klimmen op kleine greepjes en werd gevolgd door een bouldercrux met langere passen tussen eveneens kleine greepjes op een overhangende buik. Een paar makkelijker meters balansklimmen gaven daarna gelegenheid om te herstellen voor het afsluitende dak met een paar lastige passen over de dakrand. In de brandende zon voelden de eerste twee pogingen vrij hopeloos aan en Matt had eveneens ruzie met zijn route. Toen na 6 uur echter de schaduw de Drachenwand bereikte, klom ik Tänzerin im Sturm volledig onverwacht in de derde poging zonder veel moeite en kon Matt Via Ferrata ook toppen. Ik besloot er ook een poging in te trekken. Het bleek een mooiere, gevarieerdere versie van Tänzerin im Sturm te zijn en voor ik het doorhad, was ik boven. Flash en wat een genot! Ik ben Matt dankbaar voor de uitnodiging, klimmen in de Ith blijkt ook erg mooi te kunnen zijn en ik heb opeens een groot reservoir aan nieuwe routes niet al te ver van huis erbij!
| Opwarmen in Willy (6c) |
En dan weer twee weekenden in Berdorf... Ik kan er beter een huis kopen, denk ik. Voorlopig ben ik er nog niet uitgespeeld. De eerste dag van het eerste weekend (met Koen, Frans en Roelien) heb ik gebruikt om te voelen in een paar project kandidaten. 'Scramasax' (7c) voelde erg haalbaar, maar hakte door een aantal zware passen op mono's flink om mijn vingers in. Na twee pogingen kon ik tot vlak onder de top komen, maar moest ik het uitwerken met een pijnlijke vinger staken. 'Kaffisdous' (7a+) bleek een harde crux te hebben die nog niet in één keer wou lukken en aan het eind van de dag besloot ik daarom maar eens te gaan voelen in 'de' 7c+ op mijn verlanglijst: 'Cima Ovest'. Koen klom hem deze middag na veel werk in eerdere weekenden stijlvol uit en het is een prachtige route om te zien. Voor mij voelde het echter kansloos: de instapboulder lukte niet, de meters overhang ernaar voelden loodzwaar, de flinke dyno lukte niet en de lengtepas erna ook niet. Op dag twee zette ik Cima Ovest dus uit mijn hoofd en sloot ik me bij Roelien aan om de verticale, technische 'Judd mat Gaardebounen' (7b) te proberen. Na een hoop waarschuwingen (volgens velen is het een typische 'vrouwenroute', Frans trok er een vinger in stuk en wil er nooit meer in hangen en Koen noemde het een lastige, 'echte' 7b) wist Roelien de route met wat tips van twee behulpzame Nederlanders te flashen. Mijn eerste poging strandde midden in de crux toen mijn middelvinger niet in een cruciale mono bleek te passen. Uit focus gebracht verloor ik direct het vertrouwen in de piepkleine voettreden en kwam ik eruit vliegen. Gelukkig bleek daarna de top van mijn ringvinger wel te passen en kon ik de rest van de priegelpasjes uitwerken. Wat een prachtige route: mooie, subtiele bewegingen op piepkleine treden en met al even kleine greepjes! Spierballen zijn zinloos, techniek en vertrouwen in de voeten zijn alles. Niet mijn sterkste punt en daarom des te leerzamer om te doen. In de derde poging lukte het me om zonder vallen boven te komen.
| Voleurs de Spits (7a+) gauw nog een keer, want er is een camera mee... |
Tijdens het tweede weekend komen Michelle en onze honden mee, allemaal om hun kampeerexamen af te leggen. In Nederland wordt het 36 graden - veel te warm voor de honden - en in de bossen rond Berdorf zal het altijd iets koeler zijn. Voor Vienna is het liefde op het eerste gezicht, waar we ook lopen of zitten met haar, ze gaat helemaal uit haar dak van enthousiasme. Ze vindt het maar wat gezellig dat Berdorf sinds het verschijnen van de nieuwe topo zoveel klimmers aantrekt. Voor Cash is het allemaal wat spannender, maar hij houdt zich kranig en langzaamaan ontspant hij meer en begint de nieuwsgierigheid vaker de overhand te krijgen. Frans heeft het vorige weekend al flink gewerkt in Cima Ovest en wil daar na het opwarmen mee verder. Ik besluit toch maar mee te doen en tot mijn grote verrassing gaat het nu een stuk beter! De instapboulder lukt al in de tweede poging, de overhang erna is nu goed te doen. De dyno die volgt is een groter probleem. Maar na een beetje zoeken, voelen en proberen lukt het te om de sprong te maken. Het is ver, erg ver, maar past precies. En voor de lengtepas erna vind ik nu ook een oplossing: met een extra beweging kan ik via een mono voor links ook omhoog komen. Dat biedt hoop! In een tweede poging lukken alle passen weer, maar kost het meer moeite. De warmte begint zijn tol te vragen, ik heb er last van. Dat merk ik ook als ik daarna de flashpoging in 'Mike' (7a) verknal door op de laatste lastige pas met de verkeerde hand door te gaan. In de tweede poging doe ik het goed, maar voel ik ook dat er geen energie voor meer over is. Tijd voor de pizzeria dus.
| Hard werken in Cima Ovest (7c+) |
Op dag twee beproef ik mijn geluk opnieuw. Na een moeizame onsight beklimming van 'Bleausard' (6c) volg ik Frans in Cima Ovest. Halverwege de instapboulder merk ik het al: het wil niet. Ik laat los, het gebeurt voordat ik het doorheb. Ik voel geen motivatie, geen wil en geen kracht om het te doen. Sinds de hitte van Mallorca eind vorig jaar heb ik dit gevoel van mentale zwakte niet meer ervaren. Om mezelf een hoop frustratie te besparen, staak ik de poging en verbied ik mezelf om het vandaag weer te proberen. Frans' poging gaat beter, maar hij valt uit de sprong. Als ik 's middags mijn pijlen richt op een makkelijker route - 'Takla Makan' (7a) - blijft hij volharden in Cima Ovest. En het wordt beloond, halverwege de middag klimt hij er doorheen. Ik moet de verleiding onderdrukken om het toch weer te proberen. Beter kan ik mijn energie gebruiken voor Takla Makan, waarvan ik wederom de eerste poging heb verprutst halverwege de route. Zoekend naar de juiste grepen (overal zit pof!) ben ik er verzuurd uit gevallen. Tot overmaat van ramp val ik in de tweede poging tijdens het inclippen van de laatste haak doordat mijn voet wegschiet. De hoop zinkt me in de schoenen - ik lijk wel niets te kunnen vandaag - maar toch laat ik de setjes koppig hangen voor een laatste poging voordat we het gebied moeten verlaten om weer naar huis te rijden. Die poging lukt verrassend zonder moeite en spontaan is mijn gemoed weer hersteld. Ik laat me de kebab in Echternach - vaste stek - goed smaken als we met zijn allen op het stadsplein zitten na te genieten van een heerlijk weekend buiten tussen de rotsen, ver van het benauwde Nederland. Cash, Vienna en Michelle hebben hun kampeerbrevet met glans gehaald en dat biedt perspectief: er is bijvoorbeeld geen enkele reden meer om de volgende keer niet mee te gaan naar Fontainebleau!
| Frans springt mis in Cima Ovest (7c+) |
De laatste twee weekenden in Berdorf waren niet de beste klimdagen van het jaar, maar door het vlotte binnenhalen van alle projecten van de afgelopen maanden ben ik gretig geworden, te gretig. Hoge verwachtingen zijn de grootste dooddoener in klimprestaties. Ze maken me gevoeliger voor frustratie en het gebrek aan mentale kracht dat daarop volgt. Motivatie is cyclisch. Wanneer ik het niet verwacht, breek ik door nieuwe niveaus heen en schieten de verwachtingen voor de volgende keer omhoog, net zolang tot ze niet meer waar te maken zijn. Tegenvallers zijn dan onvermijdelijk en zetten me weer met twee voeten op de grond: ik moet er gewoon hard voor blijven werken. Uiteindelijk wordt de inspanning beloond, vaak weer op een onverwacht moment. Eén ding weet ik zeker na de afgelopen weken: Cima Ovest ligt binnen de mogelijkheden. Ik zal er hard mijn best voor moeten doen, ik zal er nog vaak uit komen vallen, maar ik kan hem klimmen. Hopelijk kan ik het in de komende anderhalve maand met wat koeler weer nog eens proberen. Een straf zal het niet zijn, het is de mooiste route waar ik ooit in heb gehangen.
woensdag 16 maart 2011
Vallen en opstaan
Ruim een week is er nu verstreken sinds het boulderavontuur dat eindigde bij de eerste hulp in het Medisch Spectrum Twente. Gisterochtend was ik welkom op de behandelpoli voor een vervolgbehandeling en is het gips vervangen. De man die me behandelde was veel zekerder over de interpretatie van de foto's dan de behandelend arts van vorige week. Hij liet ze ons zien en wees aan dat aan de binnenzijde van mijn enkel ongeveer een kwart van de kogel van het scheenbeen is afgebroken. Het losgeraakte stuk bot zit echter nog prachtig op zijn plek en als het daar niet uit schiet, kan het weer goed aangroeien zonder operatieve ingrepen. Voorzichtig mee zijn dus... Om me daar een beetje mee te helpen, heb ik een nieuw gips gekregen dat vier weken moet blijven zitten. Met mijn blijdschap over de bewegingsruimte die ik inmiddels in het gips van vorige week begon te krijgen, is hard korte metten gemaakt: het nieuwe gips zit flink strak en geeft geen millimeter mee. Maar de verpleger heeft mijn dag al goed gemaakt door mijn onderbeen te wassen toen het oude gips eraf ging. Heerlijk, want wat voelde dat vies na een week broeien in die warme cocon. Ik denk er maar even niet over na hoe dit tweede gips over vier weken voelt (laat staan hoe het dan ruikt...).
Hoewel ik vreselijk baal van het idee om nog vier weken in het gips te moeten zitten (daar past echt geen klimschoen omheen...), ben ik ook opgelucht door deze diagnose. Door mijn ontevredenheid over de volledige afwezigheid van een duidelijke diagnose vorige week ben ik zelf wat gaan zoeken en lezen. Ik ben daardoor gaan vrezen voor een partieel gescheurde enkelband, want zowel de locatie van de pijn als de symptomen kloppen. Nu echter blijkt dat de enkelband een stuk bot heeft losgetrokken, hoop ik dat hij daardoor zelf een beetje gespaard is gebleven. In tegenstelling tot een gescheurde enkelband, kan een botbreuk volledig herstellen tot oude kracht en hij doet het nog eens sneller ook!
Om het gips zit een zooltje en in principe mag ik het belasten, zolang me dat geen pijn doet. Ik werd meteen gewaarschuwd: in de eerste twee weken zal dat niet veel meer zijn dan een druk van twee tot drie kilogram. En inderdaad, de loopkrukken heb ik allebei nog hard nodig. Toch is het al heel wat om de linkervoet weer in de loopbeweging te betrekken. Maar lang houd ik het niet vol: al snel begint mijn voet te kloppen door de zwelling die ontstaat en moet ik weer even met het been hoog gaan zitten. Ik oefen het lopen nu veel, hopend dat ik het snel weer lang genoeg vol kan houden om de draad weer enigszins normaal op te pakken. Het mag dan wel onmogelijk zijn om volwaardige klimbewegingen te maken, dat betekent niet dat ik helemaal niets kan doen. Zolang ik in het gips zit, stel in me in ieder geval ten doel om zo veel mogelijk in mijn huidige vorm te blijven en om ondanks de sterk gereduceerde activiteit op gewicht te blijven. Mijn hardloopplannen zullen nog even op zich moeten laten wachten en op een gezonde manier afvallen is nu niet realistisch, maar het minste dat ik kan proberen is niet aankomen. Met appels, thee en vooral heel veel water weet ik echter mijn eetlust aardig in bedwang te houden. In tegenstelling tot eerder zijn een goed ontbijt, een gematigde lunch en weer een goed avondmaal voldoende om me verzadigd te houden. Daarnaast doe ik sinds donderdag dagelijks oefeningen om zoveel mogelijk spiergroepen die voor het klimmen belangrijk zijn bezig te houden. Hopelijk kan ik binnenkort het boulderhonk van Arque weer opzoeken om daar te beginnen met een aantal oefeningen op klimgrepen.
De aankomende dagen ligt de lat nog wat lager: mobiel genoeg worden om de klimhal weer op te kunnen zoeken. Nu ik mag proberen mijn voet weer langzaam in gebruik te nemen, word ik hard geconfronteerd met hoe weinig ik nog kan. Aan de andere kant is elke progressie een kleine overwinning, een stapje dichterbij weer kunnen klimmen. Over 27 dagen, op 12 april, gaat het gips eraf. Ik ga diezelfde dag nog klimmen! Wie gaat er mee?
Hoewel ik vreselijk baal van het idee om nog vier weken in het gips te moeten zitten (daar past echt geen klimschoen omheen...), ben ik ook opgelucht door deze diagnose. Door mijn ontevredenheid over de volledige afwezigheid van een duidelijke diagnose vorige week ben ik zelf wat gaan zoeken en lezen. Ik ben daardoor gaan vrezen voor een partieel gescheurde enkelband, want zowel de locatie van de pijn als de symptomen kloppen. Nu echter blijkt dat de enkelband een stuk bot heeft losgetrokken, hoop ik dat hij daardoor zelf een beetje gespaard is gebleven. In tegenstelling tot een gescheurde enkelband, kan een botbreuk volledig herstellen tot oude kracht en hij doet het nog eens sneller ook!
De aankomende dagen ligt de lat nog wat lager: mobiel genoeg worden om de klimhal weer op te kunnen zoeken. Nu ik mag proberen mijn voet weer langzaam in gebruik te nemen, word ik hard geconfronteerd met hoe weinig ik nog kan. Aan de andere kant is elke progressie een kleine overwinning, een stapje dichterbij weer kunnen klimmen. Over 27 dagen, op 12 april, gaat het gips eraf. Ik ga diezelfde dag nog klimmen! Wie gaat er mee?
maandag 28 februari 2011
Doelen en motivatie
Motivatie is essentieel voor het volhouden van een gedisciplineerde training. Dat klinkt logisch, maar werpt ook een tegenstrijdigheid op: goede training is niet altijd leuk. Belangrijk is bijvoorbeeld om het overgrote leeuwendeel van de trainingstijd te spenderen aan het trainen van persoonlijke zwaktes en het kan bijzonder confronterend (en soms zelfs demotiverend zijn) om te falen in een relatief eenvoudige route met het zwaartepunt op een persoonlijke zwakte. Liever stap ik dan in die veel hoger gewaardeerde route die me een stuk makkelijker afgaat. Het trainingseffect daarvan is echter zeer gering. Niet te vaak doen dus...
Ik denk dat het stellen van doelen voor het beperkte aantal bezoeken aan rots dat ik maak volkomen veilig is en vooral positief werkt. Het beinvloed het verloop van mijn training niet en motiveert me wel om daar het maximale uit te halen. Daarom heb ik mijn doelen op rots erg concreet geformuleerd: in 2011 wil ik 7b klimmen en zoals in mijn vorige bericht al gezegd, in 2013 is dat 8a. Boulderdoelen stellen vind ik nog lastig, omdat ik nog nooit een boulderprobleem geprobeerd heb. In 2013 zou 7C mooi zijn, maar afhankelijk van de mate van het succes in boulderen dit jaar is dat een nog erg flexibel doel.
Doelen tijdens de training zijn een ander verhaal. Ik heb ze in zekere mate nodig om gemotiveerd te blijven, maar ze leiden me vaak af van een goede trainingsopbouw. Routes en boulders in de klimhal zijn reeksen van plastic grepen die er elk moment weer uitgeschroefd kunnen worden. In plaats van projecten waarmee ik de persoonlijke grens kan verlegen, probeer ik ze te zien als trainingsmogelijkheden. De waardering zou ik moeten vergeten: een 6b+ op een persoonlijke zwakte is veel meer waard dan een 7a die me goed ligt. En het proberen van vier compleet verschillende routes zonder ze uiteindelijk uit te klimmen is meer waard dan het investeren van dezelfde tijd in het uitwerken, oefenen en uitklimmen van een enkele route. En toch is dat succesje van die enkele route af en toe nodig om de motivatie hoog te houden.
Zo heb ik me de afgelopen week 'getrakteerd' op een project dat ik uit mag klimmen. Op de pijler zit een mooie 7a, zowel technisch als fysiek, die ik in een paar pogingen heb uitgewerkt en nu op de laatste 3 passen na kan uitklimmen. Het uitwerken ervan heeft zeker een trainingseffect gehad, het duurde even voordat ik de passen door het dak en de zware voet-bij-hand passen in de overhang allemaal doorhad en soepel kon maken. Donderdag kon ik hem opeens bijna uitklimmen en dat schepte de hoop dat ik hem gisteren 'even' zou afronden. Uiteindelijk is mijn hele training eraan opgegaan, ben ik 7 keer net onder de top gevallen en heb ik mijn trainingsplan volledig in de steek gelaten. En heb ik hem nu uitgeklommen? Natuurlijk niet, na poging drie ging het alleen maar bergafwaards. Ik houd mezelf maar voor dat ik op zijn minst nog wat volume getraind heb met het zeven keer bijna volledig doorlopen van een zware route. Morgen gun ik mijzelf er een nog een paar pogingen in en dan ga ik gauw weer terug naar 'echte' training en blijf ik weer even uit de buurt van een project. Laat het buitenseizoen alsjeblieft weer gauw beginnen!
Ik denk dat het stellen van doelen voor het beperkte aantal bezoeken aan rots dat ik maak volkomen veilig is en vooral positief werkt. Het beinvloed het verloop van mijn training niet en motiveert me wel om daar het maximale uit te halen. Daarom heb ik mijn doelen op rots erg concreet geformuleerd: in 2011 wil ik 7b klimmen en zoals in mijn vorige bericht al gezegd, in 2013 is dat 8a. Boulderdoelen stellen vind ik nog lastig, omdat ik nog nooit een boulderprobleem geprobeerd heb. In 2013 zou 7C mooi zijn, maar afhankelijk van de mate van het succes in boulderen dit jaar is dat een nog erg flexibel doel.
Doelen tijdens de training zijn een ander verhaal. Ik heb ze in zekere mate nodig om gemotiveerd te blijven, maar ze leiden me vaak af van een goede trainingsopbouw. Routes en boulders in de klimhal zijn reeksen van plastic grepen die er elk moment weer uitgeschroefd kunnen worden. In plaats van projecten waarmee ik de persoonlijke grens kan verlegen, probeer ik ze te zien als trainingsmogelijkheden. De waardering zou ik moeten vergeten: een 6b+ op een persoonlijke zwakte is veel meer waard dan een 7a die me goed ligt. En het proberen van vier compleet verschillende routes zonder ze uiteindelijk uit te klimmen is meer waard dan het investeren van dezelfde tijd in het uitwerken, oefenen en uitklimmen van een enkele route. En toch is dat succesje van die enkele route af en toe nodig om de motivatie hoog te houden.
Zo heb ik me de afgelopen week 'getrakteerd' op een project dat ik uit mag klimmen. Op de pijler zit een mooie 7a, zowel technisch als fysiek, die ik in een paar pogingen heb uitgewerkt en nu op de laatste 3 passen na kan uitklimmen. Het uitwerken ervan heeft zeker een trainingseffect gehad, het duurde even voordat ik de passen door het dak en de zware voet-bij-hand passen in de overhang allemaal doorhad en soepel kon maken. Donderdag kon ik hem opeens bijna uitklimmen en dat schepte de hoop dat ik hem gisteren 'even' zou afronden. Uiteindelijk is mijn hele training eraan opgegaan, ben ik 7 keer net onder de top gevallen en heb ik mijn trainingsplan volledig in de steek gelaten. En heb ik hem nu uitgeklommen? Natuurlijk niet, na poging drie ging het alleen maar bergafwaards. Ik houd mezelf maar voor dat ik op zijn minst nog wat volume getraind heb met het zeven keer bijna volledig doorlopen van een zware route. Morgen gun ik mijzelf er een nog een paar pogingen in en dan ga ik gauw weer terug naar 'echte' training en blijf ik weer even uit de buurt van een project. Laat het buitenseizoen alsjeblieft weer gauw beginnen!
Abonneren op:
Posts (Atom)





